Jongen tegen een vriend over zijn vriendin: ze heeft zulke stevige kuiten.
Vriend: zo, inderdaad.
Jongen: ja, ze zou echt een goede voetballer zijn.
Jongen tegen een vriend over zijn vriendin: ze heeft zulke stevige kuiten.
Vriend: zo, inderdaad.
Jongen: ja, ze zou echt een goede voetballer zijn.